“Waarom het te vroeg is om Eddy Merckx van de troon te stoten”
Eddy Merckx blijft, ondanks alle nieuwe sterren en statistische vergelijkingen, de maatstaf voor wat een wielrenner kan zijn. Niet omdat nostalgie ons verblindt, maar omdat zijn palmares nog altijd als een berg boven het peloton uitsteekt. Wie vandaag de cijfers naast elkaar legt, merkt dat zelfs een fenomeen als Tadej Pogačar nog niet in de buurt komt van de totale dominantie die Merckx in zijn carrière liet zien. En toch is het tegelijk verstandig om voorzichtig te blijven met definitieve conclusies, want het wielrennen verandert sneller dan ooit.
"Misschien komt er ooit iemand die Merckx voorbijsteekt. Maar vandaag, in 2026, staat de Keizer-Kannibaal nog altijd op zijn troon."
Merckx vs. Pogačar: Milaan–Sanremo en de Tour
Neem Milaan–Sanremo, de koers die Merckx tot zijn persoonlijke speeltuin maakte. Zeven keer won hij La Primavera, telkens op zijn eigen manier: soms met een mokerslag op de Poggio, soms met een sprint die niemand zag aankomen. Pogačar, hoe briljant ook, staat voorlopig op één overwinning. Dat is indrukwekkend, maar het toont vooral hoe buitenaards Merckx’ record blijft.
In de Tour de France is het verschil iets kleiner, maar nog altijd duidelijk. Merckx won de Tour vijf keer, en dat in een tijd waarin hij niet alleen voor het klassement reed, maar ook voor ritten, punten, bergtrui, tijdritten, alles wat bewoog. Pogačar heeft intussen vier Tours op zijn naam en is zonder twijfel de meest complete ronderenner van zijn generatie. Maar om Merckx te evenaren, moet hij nog jaren op dat niveau blijven én blessurevrij blijven. Dat is geen evidentie in een sport die steeds intensiever wordt.
En dan is er nog Jonas Vingegaard
Wie Pogačar automatisch als de toekomstige “beste ooit” naar voren schuift, vergeet dat er nog altijd een Jonas Vingegaard rondfietst. Een renner die Pogačar al meermaals in de Tour heeft geklopt en die, wanneer hij in topvorm is, misschien wel de beste klimmer ter wereld is. De strijd tussen die twee is nog lang niet beslist, en hun duel zal de komende jaren bepalen hoe de geschiedenisboeken worden geschreven.
De toekomst klopt al aan: Paul Seixas
Alsof dat nog niet genoeg is, staat er alweer een nieuwe generatie klaar. Namen als Paul Seixas worden steeds vaker genoemd als toekomstige wereldtoppers. Het wielrennen is jonger, explosiever en internationaler dan ooit. Wat vandaag onmogelijk lijkt, kan binnen vijf jaar alweer achterhaald zijn. Daarom is het gevaarlijk om nu al te roepen dat iemand de nieuwe Merckx wordt of dat Merckx eindelijk voorbijgestoken is.
Stop met generaties vergelijken
Misschien is dat wel de belangrijkste boodschap: het wordt tijd om te stoppen met generaties te vergelijken. Het materiaal, de trainingsmethodes, de voeding, de wetenschap, de aerodynamica, alles is anders. Merckx reed met een stalen fiets, zonder powermeter, zonder oortjes, zonder windtunnel. Pogačar en Vingegaard rijden in een hypergecontroleerde omgeving waarin elke watt wordt geanalyseerd. Het zijn andere sporten geworden, hoe hard we ook proberen om ze in één tabel te gieten.
2026
Eddy Merckx blijft vandaag nog steeds de beste wielrenner aller tijden, simpelweg omdat niemand zijn combinatie van dominantie, veelzijdigheid en pure honger naar overwinning heeft geëvenaard. Maar wie weet wat de toekomst brengt. Met Pogačar, Vingegaard en talenten als Seixas is het wielrennen springlevend. Misschien komt er ooit iemand die Merckx voorbijsteekt. Maar vandaag, in 2026, staat de Keizer-Kannibaal nog altijd op zijn troon.
Rudi Leysen
Reactie plaatsen
Reacties
Of hoe sport, mooi kan zijn.
Dat jong talent uit Frankrijk. Daar zit toekomstmuziek in. Eentje om in de gaten te houden, vooral voor Pogaçar.