Fietstocht op Pinkstermaandag. Van Kempen naar Hageland
Pinkstermaandag 25 mei 2026. Het is net iets na tien uur wanneer ik mijn voordeur achter me dichttrek en mijn stadsfiets van het slot haal. Geen racefiets vandaag, geen wattages, geen schema’s. Gewoon trappen, kijken, ademen. Een dag waarop ik mezelf de tijd gun om Vlaanderen opnieuw te ontdekken, traag genoeg om het landschap écht te zien.
De lucht is al warm, een voorbode van de dertig graden die later op de dag zullen komen. De wind waait uit het noordoosten, net genoeg om mijn gezicht fris te houden. Ik rij de Kempen uit, langs rustige wegen waar de stilte alleen wordt doorbroken door het zachte gezoem van mijn banden en het gezang van fluitende vogels. Soms lijkt het alsof ze me begeleiden, alsof ze zeggen: “Trager, kijk eens rond, dit is ook Vlaanderen.”
Langs de Grote Nete
Niet veel later bereik ik de Grote Nete. Het water glinstert in het zonlicht, traag en koppig zoals altijd. Ik stop even, zet mijn fiets tegen een houten leuning en kijk naar de libellen die boven het water dansen.
Het is zo’n plek waar je vanzelf dieper ademhaalt. Waar je voelt dat stress geen enkele reden heeft om mee te fietsen.
Berg en dal richting Hageland
Vanuit de Kempen duik ik het Hageland in. Het landschap verandert subtiel maar voelbaar: meer reliëf, meer bochten, meer karakter. Ik fiets langs heuvelruggen die zacht golven, alsof de aarde hier even wilde oefenen op bergen.
De zon brandt intussen stevig, maar het stoort me niet. Het hoort bij de dag. Het hoort bij het ritme dat ik vandaag zoek.
Averbode: Abdij en stilte
Mijn eerste grote halte is de abdij van Averbode. De witte gevel schittert in het licht, bijna te fel om naar te kijken. Ik wandel even rond, geniet van de koelte onder de bomen en luister naar het zachte geroezemoes van andere bezoekers.
Ik neem een slok water, eet een kleine snack en stap weer op. De weg roept.
Het land van de Witte van Zichem
Niet veel later fiets ik door Zichem, het dorp van de Witte. Het voelt bijna alsof ik door een stukje literatuur rij. De huizen, de sfeer, de stilte. Het klopt allemaal. Ik stel me voor hoe de personages uit de verhalen hier ooit rondliepen, hoe weinig er eigenlijk veranderd lijkt.
De Demer en de klim naar Scherpenheuvel
Ik volg de Demer, die zich kronkelend een weg baant door het landschap. Het water is helder, de oevers vol leven. Reigers, eenden, vlinders, bloemen in alle kleuren. Het lijkt alsof de natuur vandaag extra haar best doet.
De klim naar Scherpenheuvel voel ik in mijn benen, maar het is een aangename inspanning. Boven wacht de basiliek, imposant en warm in de zon.
Ik wandel even rond het plein, neem een terrasje en bestel iets fris. Het is zo’n plek waar mensen komen om te bidden, te hopen, te danken, maar vandaag kom ik vooral om te genieten.
Tongerlo: Abdij en terug naar huis
Op de terugweg richting Westerlo passeer ik nog de abdij van Tongerlo. Rustig, statig, bijna tijdloos. Ik blijf even staan, luister naar de stilte en voel hoe mijn lichaam helemaal ontspannen is.
De laatste kilometers naar huis rij ik met een glimlach. De zon zakt langzaam, de wind is zachter geworden, en ik voel me licht. Alsof deze rit niet alleen door Vlaanderen ging, maar ook door mijn hoofd.
Waarom zulke ritten werken
Soms heb je geen snelheid nodig om vooruit te gaan. Soms is het genoeg om te trappen, te kijken, te luisteren. De natuur, de vogels, het water, de dorpen, de abdijen. Ze doen iets met een mens. Ze maken je rustig. Ze maken je zacht.
En vooral: ze herinneren je eraan dat ontspanning niet ingewikkeld hoeft te zijn. Een fiets, een vrije dag, en Vlaanderen dat zich van zijn mooiste kant laat zien. Meer heb je niet nodig.
Soms is een fietsrit meer dan kilometers. Soms is het een manier om weer even te voelen hoe mooi het leven kan zijn wanneer je vertraagt.
Rudi Leysen
Reactie plaatsen
Reacties
Lijkt me een leuke route. Met knooppunten? Welke?
Mooie streek, ook om te wandelen.