Werk en therapie

Gepubliceerd op 5 juni 2026 om 18:34

Wanneer werk je opslorpt

Waarom steeds meer 50‑ tot 60‑plussers in therapie belanden

In veel sectoren waar opleiding en onderwijs centraal staan, groeit een stille maar hardnekkige problematiek. Vooral bij werknemers tussen 50 en 60 jaar duikt steeds vaker dezelfde klacht op: het werk slorpt hen volledig op. Niet omdat ze hun job niet aankunnen, maar net omdat ze die té goed willen doen. Voor velen uit deze generatie is opleiding geven geen taak, maar een roeping. Een passie die teruggaat tot de jaren zeventig, tachtig en negentig, toen lesgeven synoniem stond voor vakmanschap.

Wanneer passie botst met de realiteit

Waarom steeds meer 50‑ tot 60‑plussers in therapie belanden

Voor veel professionals tussen 50 en 60 jaar is opleiding geven jarenlang een roeping geweest. Het was meer dan een job: het was een vakmanschap, een overtuiging, een vorm van maatschappelijke bijdrage. Wie in de jaren 70, 80 of 90 opgeleid werd of zelf opleidingen gaf, herinnert zich een tijd waarin cursisten vooral gemotiveerd waren om bij te leren, vooruit te gaan en te slagen. Opleiding was een investering in jezelf, en wie lesgaf, deed dat met trots en met een sterk gevoel van verantwoordelijkheid.

Maar de realiteit van vandaag ziet er anders uit. De opleidingswereld is de voorbije decennia ingrijpend veranderd, en dat zorgt bij veel ervaren lesgevers voor een groeiende mentale belasting. Steeds meer van hen zoeken professionele hulp omdat hun werk hen opslorpt, omdat ze het goed willen doen, en omdat ze vastlopen in een systeem dat niet meer aansluit bij hun oorspronkelijke passie.


"Het gevolg is dat veel opleiders hun zorgen inslikken. Ze blijven doorgaan, harder werken, nog meer hun best doen. Tot het lichaam en het hoofd niet meer mee willen"


Een nieuwe generatie cursisten, een nieuwe mentaliteit

Veel opleiders ervaren dat ongeveer een derde van de cursisten vandaag een andere ingesteldheid heeft dan vroeger. Niet iedereen, maar een significante groep komt met een houding die samengevat kan worden als: “We zullen wel zien of ik slaag.” De intrinsieke motivatie lijkt lager, de interesse minder uitgesproken. Feedback wordt soms ervaren als een aanval, en opbouwende opmerkingen worden moeilijk aanvaard.

Een deel van deze evolutie wordt toegeschreven aan een generatie die is opgegroeid in een meer beschermende, soms zelfs “pamperende” opvoedstijl. Daardoor zijn sommige cursisten minder gewend aan grenzen, verantwoordelijkheid of kritische reflectie. Voor opleiders die hun vak ernstig nemen, kan dat bijzonder confronterend zijn.

De botsing tussen passie en productie

Waar opleiding vroeger werd gezien als een ambacht, lijkt het vandaag steeds meer op lopende‑bandwerk. De nadruk ligt op efficiëntie, doorstroom, rendement en cijfers. Of iemand slaagt of niet, lijkt voor sommige organisaties minder belangrijk dan het feit dat de opleiding “gedraaid” heeft. Dat staat haaks op de waarden van veel oudere professionals, die hun werk met precisie en zorg willen uitvoeren.

Voor hen is opleiding geen product, maar een verantwoordelijkheid. Wanneer ze merken dat hun inzet niet meer overeenkomt met de verwachtingen van het systeem, ontstaat frustratie. Wanneer ze zien dat kwaliteit onder druk komt te staan, voelen ze dat als persoonlijk falen. En wanneer ze ervaren dat hun passie niet meer gedeeld wordt, ontstaat er een gevoel van verlies.

Het stille lijden: waarom velen ermee blijven zitten

Hoewel de mentale belasting groot is, blijft het onderwerp vaak onbespreekbaar. Met jongere collega’s praten voelt moeilijk, omdat zij de vroegere opleidingscultuur niet hebben meegemaakt en de problematiek soms niet herkennen. Bij leidinggevenden is er niet altijd inzicht in de emotionele impact van deze veranderingen. En wie toch iets zegt, krijgt soms het gevoel dat het wordt weggewuifd als “overgevoeligheid” of “niet meer mee zijn met de tijd”.

Het gevolg is dat veel opleiders hun zorgen inslikken. Ze blijven doorgaan, harder werken, nog meer hun best doen. Tot het lichaam en het hoofd niet meer mee willen. Burn-out, langdurige uitputting en zelfs donkere gedachten komen vaker voor dan men durft toegeven. Niet omdat deze mensen zwak zijn, maar omdat ze jarenlang vanuit passie hebben gewerkt en nu botsen op een realiteit die hen overstijgt.

Waarom therapie geen teken van zwakte is

Steeds meer professionals zoeken hulp bij een therapeut, psycholoog of arts. Niet omdat ze hun job niet aankunnen, maar omdat ze te lang te veel hebben gegeven. Therapie biedt ruimte om opnieuw perspectief te vinden, grenzen te leren stellen en de eigen waarde los te koppelen van een systeem dat niet altijd recht doet aan hun inzet.

Het is belangrijk om te erkennen dat deze problematiek reëel is. Dat het niets te maken heeft met leeftijd, maar met veranderende verwachtingen en een verschuivende cultuur. En dat het net krachtig is om hulp te zoeken wanneer het werk je opslorpt.

Naar een nieuwe balans

De uitdaging voor de toekomst ligt in het herstellen van evenwicht: tussen passie en realiteit, tussen kwaliteit en rendement, tussen zorg voor cursisten en zorg voor jezelf. Opleiders die hun vak met hart en ziel doen, verdienen erkenning, ondersteuning en ruimte om hun expertise op een gezonde manier te blijven inzetten.

Want wie altijd het beste van zichzelf geeft, mag niet vergeten dat ook hij of zij recht heeft op ademruimte.

Rudi Leysen

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.