Steeds vaker lijkt de begroting ondergeschikt aan electorale manoeuvres met het oog op de verkiezingen van 2029
De discussies over de federale begroting volgen elkaar in sneltempo op. Als burger raak ik er steeds meer van overtuigd dat het niet alleen over cijfers gaat, maar ook over politieke strategie. En eerlijk gezegd: ik ben de strategie van premier Bart De Wever zo moe als koude pap.
"Ook de aangekondigde schuldenrem roept vragen op. Opnieuw lijken vooral werkenden en gepensioneerden de gevolgen te voelen."
Maandenlang kregen we te horen dat België een gigantisch begrotingsgat moest dichten. De boodschap was duidelijk: er moest ongeveer 10 miljard euro gevonden worden om de overheidsfinanciën weer op de rails te krijgen. Het klonk ernstig, dringend en zelfs onvermijdelijk. Burgers werden voorbereid op moeilijke tijden, besparingen en nieuwe inspanningen.
Maar plots verscheen er een nieuw voorstel op tafel: een schuldenrem van 4 à 5 miljard euro voor 2027. Alsof het probleem plots voor de helft verdwenen is. Alsof de moeilijke zoektocht naar miljarden ineens een stuk eenvoudiger geworden is. Op papier lijkt het alsof de premier een oplossing heeft gevonden, maar wie even verder kijkt, ziet vooral veel onbeantwoorde vragen.
Want wat gebeurt er na 2027? In 2028 zitten we pal in de aanloop naar de federale verkiezingen van 2029. Welke regering of politieke partij gaat een jaar voor verkiezingen nog zware maatregelen nemen? Welke partij gaat dan nog de moed hebben om de btw te verhogen, belastingen op te trekken of extra lasten op de schouders van de burger te leggen? Het antwoord lijkt voorspelbaar: niemand.
Daardoor ontstaat de indruk dat het probleem eerder wordt doorgeschoven dan opgelost. De cijfers kunnen vandaag misschien beter ogen, maar Europa kijkt uiteindelijk naar de werkelijke resultaten. Als België zijn engagementen niet nakomt, dreigen sancties of bijkomende druk vanuit Europa. Dan blijkt dat het begrotingsprobleem niet verdwenen is, maar gewoon vooruitgeschoven werd.
Tegelijk valt op dat Bart De Wever wel premier is, maar dat Georges-Louis Bouchez vaak de toon lijkt te zetten in het politieke debat. Regelmatig ontstaat de indruk dat Bouchez de echte sterke man van deze coalitie is, terwijl De Wever vooral probeert de verschillende partijen bijeen te houden. Voor een premier die jarenlang bekendstond als een sterke strateeg, is dat een opvallende evolutie.
Ook de aangekondigde schuldenrem roept vragen op. Opnieuw lijken vooral werkenden en gepensioneerden de gevolgen te voelen. Minder indexeringen betekenen immers een verlies aan koopkracht voor mensen die elke maand moeten rondkomen met hun loon of pensioen. De sterkste schouders lijken opnieuw grotendeels uit de wind gezet te worden, terwijl de rekening elders terechtkomt.
Slechte wegen in België
Daarnaast blijft België miljarden vrijmaken voor steun aan Oekraïne. Solidariteit met een land in oorlog is belangrijk, maar veel Belgische burgers vragen zich af waar de prioriteiten liggen. Wanneer mensen dagelijks geconfronteerd worden met versleten wegen, mobiliteitsproblemen en stijgende kosten, groeit de vraag of de eigen problemen wel voldoende aandacht krijgen.
Uiteindelijk zullen de verkiezingen van 2029 het echte oordeel brengen. Hopelijk laten de kiezers zich niet verblinden door slogans of strategische communicatie. Hopelijk nemen ze de tijd om de partijprogramma's grondig te lezen, verschillende standpunten te vergelijken en vooral hun stem uit te brengen. Want een gezonde democratie begint bij een goed geïnformeerde burger die bewust kiest welke richting Vlaanderen en België moeten uitgaan.
Rudi Leysen
Reactie plaatsen
Reacties